|
Rik van Bentum
wordt geboren in 1936 in Amsterdam. In 1953 wordt
hij reclameschilder. Tot 1959 blijft hij dit doen
naast allerlei andere baantjes zoals disc-jockey en
seizoenarbeider. Daarnaast studeert hij aan de kunstacademie
in Arnhem. Rik van Bentum verklaart: "Ik ben
gek op kunst"*. Toen hij op de middelbare school
zat spijbelde hij al om naar het Stedelijk Museum
te kunnen gaan. Op de Academie voor Beeldende Kunst
in Arnhem studeert Van Bentum monumentale kunst, omdat
hij zich naast het schilderen ook met andere disciplines
wil bezig houden, zoals bijvoorbeeld beeldhouwen.
Hij kiest uiteindelijk voor
de schilderkunst. Zijn studiegenoten zijn Mark Brusse,
Klaas Gubbels en Jan Cremer. Ze stimuleren elkaar
in hun ontwikkeling. Jan van der Marck, oud-conservator
van het Arnhems gemeentemuseum, volgt de ontwikkelingen
van Rik van Bentum vanaf het begin. Hij weet de
Amerikaanse galeriehouders en kunstliefhebbers enthousiast
te maken voor deze Nederlandse schilder. Van Bentum
wordt uitgenodigd door een New Yorkse galerie. Dat
resulteert in het geven van gastcolleges aan een
aantal universiteiten en enkele solotentoonstellingen
in Amerika. In 1966 keert hij in Amsterdam terug.
In de jaren zestig laat Rik van Bentum zich bij
het schilderen inspireren door het banale, een kenmerk
van het moderne stadsbeeld. Door zijn verblijf in
Amerika komt hij in aanraking met de pop
art. Dit komt in zijn kunstwerken tot uiting
door het gebruik van reclamesymbolen. In zijn collageschilderijen
uit 1963 zijn de merken 'Martini' en Rivella' verwerkt.
Verder zijn cijfers en letters belangrijke beeldelementen
in het werk van Rik van Bentum.
Na zijn laatste expositie in
1969 laat hij niks meer van zich horen. Hij is wel
nog actief in de Amsterdamse theaterwereld. Hij ontwerpt
enkele theaterdecors en verzorgt met studenten van
de Rietveld Academie, waar hij les geeft, de aankleding
van enkele boekenbals.
Rik van Bentum heeft geen groot oeuvre nagelaten.
Hij overleed in 1994.
* citaat uit 'Van Bentum schildert
weer' Vrij Nederland Ingrid Harms, 1993
|