Met Katherina aan tafel
De tentoonstelling Met Katherina aan tafel op de benedenverdieping van Museum Het Valkhof is ingericht rond de drie keukenboeken van Katherina van Kleef uit de jaren 1457-1459. Katherina van Kleef woonde toen op de Valkhofburcht in Nijmegen. Keukenboeken zijn geen kookboeken. Het zijn huishoudrekeningen waarin de uitgaven staan genoteerd voor eten, drinken en andere dagelijkse benodigdheden. Aan de hand van deze en andere oude boeken, archeologische vondsten, gravures, kaarten en toelichtende zaalteksten maakt de bezoeker kennis met de middeleeuwse voedingscultuur aan het hof van Katherina van Kleef.
Getoond wordt welke levensmiddelen hertogin Katherina at en waar deze vandaan kwamen. Te zien is welke specerijen in de Katherina’s keuken werden gebruikt, hoe suiker in die tijd werd gemaakt en hoe een mosterdmolen eruit zag. In hoge vitrines zijn aardewerk en bronzen kookpotten en ander keukengerei uitgestald.
Midden in de tentoonstellingsruimte staat een middeleeuws gedekte eettafel met origineel tafelgerei uit de 15e eeuw. Een eettafel bestond in die tijd uit houten schragen met daarop een blad, waarover een wit tafelkleed werd gelegd. Het tafelkleed had aan de zijkanten plooien. De tafel was eenvoudig gedekt: een zoutpot en enkele stuks tafelgerei die de gasten samen deelden. Iedereen at met de vingers. Messen dienden om stukken voedsel op een eetplankje (teljoor) te leggen en om kleine stukjes van het brood of van vlees af te snijden.
In een speciale vitrine ligt het grote graduale van het kruisherenklooster Sint Agatha opengeslagen op een bladzijde met een bijzonder aansprekende miniatuur van een feestelijke maaltijd. De in Nijmegen geboren miniaturist Johannes van Deventer (1465 – 1537) leefde in het klooster Sint Agatha, nabij Cuijk, en heeft ongeveer dertig jaar, van ca. 1499-1529, gewerkt aan dit fraai geïllustreerde koorboek.
Middeleeuwse kookboeken zijn nauwelijks bewaard gebleven. Het mag dan ook bijzonder worden genoemd dat er vier kookboeken in de expositie te zien zijn.
Een notabel boecxken van cokeryen is het oudste gedrukte kookboek in de Nederlandse taal. Het werd geschreven en gedrukt door Thomas vander Noot in Brussel in ca. 1510 / 1514 en bevat 175 recepten speciaal voor luxe huishoudens en hun feesten en partijen. Het getoonde boekje is eigendom van de Bayerische Staatsbibliothek in München en het enige nog bestaande exemplaar.
Het handschrift Le Ménagier de Paris uit 1454 afkomstig uit de Koninklijke Bibliotheek in Brussel heeft toebehoord aan hertog Philips de Goede van Bourgondië, de oom van Katherina van Kleef. In 1457 is Katherina nog bij hem op bezoek geweest en wellicht heeft zij toen dit exemplaar van de Le Ménagier de Paris (letterlijk: de huisman van Parijs) in handen gehad. Het is een afschrift van een handboek over het voeren van een huishouding in gegoede kringen. Een Parijse burger schonk het in 1392-1394 aan zijn veel jongere echtgenote als hulp bij haar taken als gastvrouw en hoofd van de huishouding. Het boek bevat onder meer 380 kookadviezen en recepten en tal van adviezen voor het samenstellen van passende menu’s bij verschillende gelegenheden.
Tot slot worden uit de collectie van de Universiteitsbibliotheek Gent twee van de oudste Nederlandse kookhandschriften met recepten uit de 15e/16e eeuw getoond. Een middeleeuws herbarius of kruidenboek en een apothekershandboek sluiten de tentoonstelling af. Uit het keukenboek van 1459 is namelijk bekend dat hertogin Katherina kruiden, pillen en zalfjes bij de plaatselijke apotheker heeft aangeschaft. In de videopresentatie bij de tentoonstelling Met Katherina aan tafel is onder meer te zien hoe middeleeuwse gerechten werden opgediend.
Publicatie bij de tentoonstelling: Els F.M. Peters, “Met Katherina aan tafel. De keukenboeken van Katherina van Kleef 1457-1459” in: R. Priem (red.), Op reis en aan tafel met Katherina van Kleef 1417-1476, Nijmegen/Antwerpen 2009, pp. 92-147




0 Reacties