721T2699.jpg

random image default10

Op donderdag 23 februari wordt in ons museum het publieksboek Romeinse helmen in Nederland. Alle helmen en viziermaskers van de limes en de rest van Nederland gepresenteerd. Voor het eerst zijn alle grotendeels complete helmen, ruitermaskers en helmbanden die in Nederland zijn ontdekt in één boek samengebracht. Het eerste exemplaar wordt aangeboden aan dr. Carol Van Driel-Murray, limes-archeoloog verbonden aan de Universiteit Leiden.

Het boek is het resultaat van een unieke en enthousiaste samenwerking. De aanleiding vormde de tentoonstelling 'Gezichten van de Limes’ in Museum Het Valkhof (september 2016 – maart 2017). Tijdens een bezoek aan deze Romeinse schatkamer besloot een clubje bevriende archeologen (Tom Hazenberg, Paul van der Heijden, Annelies Koster, Ronny Meijers en Harry van Enckevort) dat deze spectaculaire archeologische vondstgroep een even spectaculaire publicatie verdiende. In drie maanden tijd slaagden zij er in met hulp van Museum Het Valkhof, Rijksmuseum van Oudheden en vele andere collectiebeheerders alle 'complete’ Romeinse helmen en viziermaskers van Nederland bijeen te brengen. Een ongekende prestatie met een prachtig resultaat.

Het boek kost € 12,50 excl. verzendkosten en is verkrijgbaar www.hazenbergarcheologie.nl of in de museumwinkels van Museum Het Valkhof, Rijksmuseum van Oudheden en Archeon.

Wanneer het stof van de Gladiatoren is neergedaald en de prachtige bruiklenen weer terug zijn naar Italië, blijft het museum open voor publiek. We vullen de presentatie op de bovenverdieping van het museum aan met topstukken uit onze collectie oude kunst en uit het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten. We maken ook plek voor de archeohotspot, waarin bezoekers van het museum zelf als archeoloog aan de slag kunnen. Voor een ruime keuze uit de collectie moderne kunst van ons museum roepen we met veel plezier de hulp van onze Vrienden en van het publiek in – hou daarvoor de website van het museum in de gaten!

Bijna 15.000 leerlingen hebben in 2016 ons museum bezocht. Dat is een toename van ongeveer 1800 leerlingen t.o.v. 2015. 
Het uitgebreide scholenprogramma vindt u hier

 

Het afgelopen jaar heeft het museum een aantal nieuwe kunstwerken verworven. En met ‘nieuw’ bedoelen we in dit geval ook echt nieuw: de kunstobjecten zijn alle gemaakt in de afgelopen vijf jaar. Met deze aanwinsten laten we de band van Museum Het Valkhof met de hedendaagse beeldende kunst zien.

Belangrijk voor ons collectiebeleid is nieuwsgierigheid: nieuwsgierigheid naar het nieuwe en onbekende, maar ook naar de ontwikkeling van kunstenaars die we al langer volgen. Van die laatste categorie is de aankoop van Bethany Connecticut 2014 van Fons Haagmans (1948), een kunstenaar van wie we in de loop der jaren al zes werken in onze collectie hebben samengebracht. Het imposante Bethany Connecticut staat symbool voor de door muziek geïnspireerde schilderijen van Haagmans die we het afgelopen voorjaar exposeerden: van country, rock&roll en blues tot hiphop.

Ook de verwerving van werken van Paolo Ventura (1968), Marleen Sleeuwits (1980) en Scarlett Hooft Graafland (1973) heeft een directe relatie met ons tentoonstellingsbeleid. Van Ventura maakten we de indrukwekkende solotentoonstelling 'Un mondo infinito', de foto’s van Sleeuwits en Hooft Graafland maakten deel uit van de groepstentoonstelling 'Photogaphy Extended III' met recent werk van Nederlandse fotografen die hun foto’s ensceneren.

De drie foto’s van Room van Lynne Leegte (1965) maken nieuwsgierig naar dat wat of wie je niet ziet, maar wel vermoedt. Het stil staan bij de dingen en verder kijken past prachtig bij de nieuwe missie van ons museum, waarin we bezoekers uitnodigen samen met ons nieuwsgierig naar het verleden te kijken, om context te geven aan het heden en inspiratie op te doen voor de toekomst.

Een lijn die rechtstreeks voortkomt uit nieuwsgierigheid is onze fascinatie voor de relatie tussen kunst en kennis. Sjoerd Knibbeler (1981) maakte zijn Falling Star met een goudklompje in een windtunnel. De Oculus van Michael Jacklin (1956) roept associaties op met onderzoekende sterrekundigen en daarmee met de bijzondere 17de-eeuwse globes uit onze collectie oude kunst.

Ook het masker van Bertjan Pot (1975) gaat een relatie aan met oude objecten en sluit aan bij de Romeinse maskers uit onze verzameling. Tegelijkertijd is het een verwijzing naar de actualiteit waarin zowel de bad als de good guys maskers ‘moeten’ dragen om niet herkend te worden.

De zaal die nu met deze recente aanwinsten is ingericht, geeft een beeld van het avontuurlijke collectiebeleid dat ons voor de hedendaagse beeldende kunst voor ogen staat.

De watersnood van 1855
Johan Diderik Cornelis Veltens (Amsterdam 1814 – Hilversum 1894), 1855-1860 
  
In de winters van 1845 tot 1855 was er sprake van strenge vorst en daarnaast vonden er in januari hevige stormvloeden plaats. De Europese rivieren kwamen hierdoor vol met ijs te liggen. Op 5 maart 1855 raakte de Rijn verstopt achter een ijsdam en bleef het water stijgen. Al snel bereikte de waterstand een niveau van zes meter boven NAP (Normaal Amsterdams Peil). Het was maar wachten tot dat dit fout zou gaan. Het waterpeil van de Rijn bleef stijgen en bereikte een hoogte van zeven meter boven NAP. De Gelderse vallei lieten de noodklokken en kanonschoten klinken om zo de bevolking te waarschuwen voor de onoverkomelijke ramp. Op 8 maart kwam het ijs in de Rijn in beweging en werd er een gat geslagen van 150 meter breed in de Grebbedijk. Als gevolg ontstonden er enorme overstromingen en werd de Gelderse Vallei en het Land van Maas en Waal zwaar getroffen. Verschillende huizen raakten zwaar beschadigd of geheel vernietigd.

Johan Diderik Cornelis Veltens werd geboren in 1814 in Amsterdam. Hier in Amsterdam studeerde hij in 1824 en 1829 aan de Koninklijke Academie voor Beeldende kunsten. Veltens ontwikkelde zich tot een schilder, tekenaar, lithograaf en aquarellist. Zijn werken bevatten onderwerpen met landschappen, dorpsgezichten, stadsgezichten en genrevoorstellingen.

Veltens geeft de watersnood van 1855 in een vijfentwintigtal schilderijen weer. De schilderijen zijn gebaseerd op de etsen van kunstenaars van de kunstenaarsvereniging ‘Arti et Amicitiae’ afkomstig uit Amsterdam. De schilderijen geven in een stripverhaal het verloop van de watersnood weer. Het ijs dat steeds verder verschuift en de mensen die in reddingsboten proberen te vluchten. Daarnaast laat Veltens duidelijk de strenge winter in het 19deeeuwse Nederland zien.