noord-zijde.jpg

random image default10

Het afgelopen jaar heeft het museum een aantal nieuwe kunstwerken verworven. En met ‘nieuw’ bedoelen we in dit geval ook echt nieuw: de kunstobjecten zijn alle gemaakt in de afgelopen vijf jaar. Met deze aanwinsten laten we de band van Museum Het Valkhof met de hedendaagse beeldende kunst zien.

Belangrijk voor ons collectiebeleid is nieuwsgierigheid: nieuwsgierigheid naar het nieuwe en onbekende, maar ook naar de ontwikkeling van kunstenaars die we al langer volgen. Van die laatste categorie is de aankoop van Bethany Connecticut 2014 van Fons Haagmans (1948), een kunstenaar van wie we in de loop der jaren al zes werken in onze collectie hebben samengebracht. Het imposante Bethany Connecticut staat symbool voor de door muziek geïnspireerde schilderijen van Haagmans die we het afgelopen voorjaar exposeerden: van country, rock&roll en blues tot hiphop.

Ook de verwerving van werken van Paolo Ventura (1968), Marleen Sleeuwits (1980) en Scarlett Hooft Graafland (1973) heeft een directe relatie met ons tentoonstellingsbeleid. Van Ventura maakten we de indrukwekkende solotentoonstelling 'Un mondo infinito', de foto’s van Sleeuwits en Hooft Graafland maakten deel uit van de groepstentoonstelling 'Photogaphy Extended III' met recent werk van Nederlandse fotografen die hun foto’s ensceneren.

De drie foto’s van Room van Lynne Leegte (1965) maken nieuwsgierig naar dat wat of wie je niet ziet, maar wel vermoedt. Het stil staan bij de dingen en verder kijken past prachtig bij de nieuwe missie van ons museum, waarin we bezoekers uitnodigen samen met ons nieuwsgierig naar het verleden te kijken, om context te geven aan het heden en inspiratie op te doen voor de toekomst.

Een lijn die rechtstreeks voortkomt uit nieuwsgierigheid is onze fascinatie voor de relatie tussen kunst en kennis. Sjoerd Knibbeler (1981) maakte zijn Falling Star met een goudklompje in een windtunnel. De Oculus van Michael Jacklin (1956) roept associaties op met onderzoekende sterrekundigen en daarmee met de bijzondere 17de-eeuwse globes uit onze collectie oude kunst.

Ook het masker van Bertjan Pot (1975) gaat een relatie aan met oude objecten en sluit aan bij de Romeinse maskers uit onze verzameling. Tegelijkertijd is het een verwijzing naar de actualiteit waarin zowel de bad als de good guys maskers ‘moeten’ dragen om niet herkend te worden.

De zaal die nu met deze recente aanwinsten is ingericht, geeft een beeld van het avontuurlijke collectiebeleid dat ons voor de hedendaagse beeldende kunst voor ogen staat.