721T2771.jpg

random image default10

Renkum-Oostereng, 2500-2000 v.Chr. aardewerk, goud, h. pot 12,2 cm

pot_met_gouden_sieraadArcheologische verzamelingen worden weleens oneerbiedig omschreven als een hoop oude potjes en pannetjes. Inderdaad vormen potten en potscherven meestal de voornaamste en zeker de meest omvangrijke oogst van archeologische opgravingen. Gouden voorwerpen, laat staan complete goudschatten, komen in Nederland daarentegen maar heel zelden tevoorschijn.

In 1891 waren enkele werklieden bezig met het afgraven van grindbanken op het landgoed Oostereng tussen Bennekom en Renkum. Een van hen vond daarbij een pot van aardewerk en in de directe omgeving bovendien twee draadvormige stukken goud met versierde,platte uiteinden. De eigenaar van het landgoed, jonkheer Henry Quarles van Ufford, ontfermde zich erover en liet de in scherven uiteengevallen pot restaureren door een meubelmaker, die de gaten opvulde met gips en de hele buitenkant okergeel verfde. Vervolgens stelde hij de pot thuis tentoon, met de gouden voorwerpen kruiselings op de rand gelegd. Zo bleef de vondst decennia lang staan, totdat zijn weduwe Henriette deze in 1955 aan de Rijksuniversiteit Groningen schonk.

Vandaar kwamen ze in de collectie van de Gelderse Archaeologische Stichting en als langdurig bruikleen zijn ze sinds 1999 opgenomen in de vaste opstelling van Museum Het Valkhof.
De pot is een fraai voorbeeld van een Veluwse klokbeker, zogenoemd omdat de meeste exemplaren op de Veluwe zijn gevonden. Ze dateren uit het einde van de Nieuwe Steentijd, tussen ca. 2500 en 2000 voor Christus, en zijn aan de buitenkant zorgvuldig versierd met geometrische motieven en arceringen. De kwaliteit van de decoratie is uitzonderlijk binnen het prehistorische aardewerk uit Nederland, dat in de hierna volgende Bronstijd en IJzertijd over het algemeen van een grote eenvoud is.

Complete klokbekers zijn alleen aangetroffen in grafheuvels en ook de pot van het landgoed Oostereng moet wel uit een grafheuvel afkomstig zijn. In die tijd werden waarschijnlijk alleen belangrijke personen onder speciaal opgeworpen heuvels begraven. In het graf kregen ze een pot mee met voedsel en vaak ook wat werktuigen, zoals een stenen bijl of een vuurstenen mes. De gouden voorwerpen moeten ook met de pot in het graf zijn gelegd. Want hoewel de metaaltijden in Nederland nog moesten beginnen, beschikten sommige mensen al over kleine koperen dolken en een enkeling zelfs over gouden sieraden. De twee stukken van de Oostereng hebben samen een dunne gouden ring gevormd, met versierde, platte uiteinden. Het kan een halsring zijn geweest of een diadeem.

pot_met_gouden_sieraad_2