_X6G4355.jpg

random image default10

flesje_met_slangdraadversieringNijmegen-St. Jorisstraat, late 2de - eerste helft 3d e eeuw. glas, h. 20,7 cm

In 1907 werd bij de aanleg van riolering in de St. Jorisstraat in Nijmegen, vlak bij het huidige Museum Het Valkhof, een tufstenen grafkist met deksel uit de Romeinse tijd ontdekt. In deze sarcofaag lagen de resten van een skelet, waarschijnlijk van een vrouw, en voorwerpen die aan haar waren meegegeven. Het meest opvallende stuk is wel een glazen flesje, versierd met witte, blauwe en vergulde glasdraden. De overige bijgaven waren een ijzeren mesje met een barnstenen heft in de vorm van een liggende hond, een glazen spiegeltje en een klein flesje van kleurloos glas. 

Naast de sarcofaag stonden een kaarsenhouder van brons en een grote fles van zeer dun glas die na de opgraving in talloze kleine scherfjes uiteenviel en niet bewaard is gebleven. Het met glasdraden versierde flesje heeft een platte buik en een lange hals met een trechtervormige mond. Het glas is transparant en vrijwel kleurloos. Door de platte buik kan het flesje maar weinig vloeistof bevatten. Aan beide kanten van de buik is met witte, blauwe en vergulde glasdraden hetzelfde versieringsmotief van bladeren en slingers aangebracht.

De smalle zijden van de buik zijn versierd met een gekartelde blauwe glasdraad, die onder- en bovenaan de buik als een dunne draad om het lichaam is gelegd. Het aanbrengen van deze dunne glasdraden is buitengewoon moeilijk, vooral als het om ingewikkelde motieven gaat. De glasmaker moest heel snel werken, omdat het draad alleen kon worden aangebracht wanneer het glas nog heet en wendbaar was.

Glazen met deze ingewikkelde versiering worden wel “slangdraadglazen” genoemd, omdat de glasdraden als een slang kronkelen over het glas. Deze versieringstechniek is meegebracht door glasmakers uit het oostelijk Middellandse Zeegebied (Syrië), die zich na het midden van de 2de eeuw vestigden in het Rijnland. Zij zetten daar nieuwe werkplaatsen op, om er te werken zoals zij in het oosten hadden gedaan. Maar hun producten werden veel gevarieerder en fraaier: ze creëerden nieuwe vormen en polychrome decoraties die tot in detail waren uitgewerkt.

De slangdraadglazen waarbij, net als bij het Nijmeegse flesje, verguld glasdraad is gebruikt, lijken in één en hetzelfde
atelier te zijn gemaakt. De werkplaats van deze ’meesters’ van het slangdraadglas bevond zich zeker in Keulen, waar de meeste glazen in deze techniek zijn aangetroffen. Eén fles uit Keulen toont in de vorm en de versiering zoveel overeenkomst met het Nijmeegse flesje dat zeker is dat beide flessen door dezelfde persoon zijn gemaakt. Wel heeft de Keulse fles twee handvatten en is hij groter.

Waarvoor deze flessen hebben gediend is niet zeker. Het meest waarschijnlijk is dat zij aan tafel werden gebruikt om kostbare sauzen in op te dienen.

 

gevonden_bij_flesje

IJzeren mesje met een barnstenen heft in de vorm van een liggende hond