noord-zijde.jpg

random image default10

Carel_Willink_gezichtopeenstadGezicht op een stad, 1944, olieverf op doek, 85 x 112,5 cm

In dit schilderij komen drie elementen bij elkaar die kenmerkend zijn voor het werk van Carel Willink in de vooroorlogse periode. De door de tijd aangetaste beelden, de onheilspellende wolkenlucht en het perspectivisch vergezicht. Deze drie beeldcomponenten suggereren een sfeer van verlatenheid en beklemming.

Willink is vooral bekend geworden door zijn stemmingsvolle, realistische schilderingen. De ambachtelijke schildertechniek was voor hem belangrijk. Hij ontwikkelde nieuwe verftechnieken, omdat hij de vakkennis van zijn tijdgenoten beneden alle peil vond. Omstreeks 1930 heeft hij zijn persoonlijke, imaginair of magisch realistische stijl definitief ontwikkeld.

In de jaren dertig werden zijn wolkenluchten steeds dreigender. Willink werd ook wel een profetische visie toegedicht van het naderende oorlogsgeweld. Dit is slechts ten dele terecht, omdat de schilder ook ná de oorlogsjaren zware wolkenpartijen bleef schilderen als stijlmiddel om de beklemmende, verontrustende sfeer in de stadsgezichten tastbaar te maken. Zelf verklaarde Willink in een interview voor Vrij Nederland in 1945, opgetekend door zijn vriend Ed Hoornik: ‘ik kan de dingen nu eenmaal niet in een zonnig geheel zien; het ligt mij niet alleen het fraaie, het esthetisch-mooie te schilderen. Ik aanvaard het leven zoals het is, d.w.z. zoals ik het zie.(…) Ik bind zakelijkheid aan droom - al mag mijn droom meer van demonie dan van gelukzaligheid zijn vervuld’. 

Het stadsgezicht wordt ook wel omschreven als De dreiging van naderend onheil over een stad en Fantasie op Amsterdam. We zien een panoramisch perspectief met verschillende kleurzones, het repoussoir (een voorwerp met opzet op de voorgrond van de voorstelling geplaatst, om de illusie van diepte te vergroten) van de klassieke beelden, de 19de-eeuwse stadsvilla’s en de dramatische lichtval refereren aan de romantische periode. Een directe inspiratiebron vormde de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam, vlak bij Willinks huis, met de classicistische beelden van J.P. Baurscheit (1669-1728) op de voorgrond, en de Weteringschans rechts op de achtergrond. De herenhuizen zijn afgebeeld gezien vanuit zijn atelierraam aan de Ruysdaelkade. Op de sokkels staan de verweerde beelden van Aphrodite, de godin van de liefde en schoonheid en van de heldhaftige Hercules. Soortgelijke beelden, ontleend aan de Griekse mythologie, gebruikte Willink in de jaren dertig en veertig wel vaker. De archaïsche sculpturen staan in een toneelachtige setting prominent op balustrades en terrassen opgesteld, teneinde de tijdloosheid van de voorstelling te benadrukken.

Het schilderij is rechtsonder gesigneerd en gedateerd: Willink ’46. Deze datering is onjuist en moet het oorlogsjaar 1944 zijn. Het Carnegie Institute in Pittsburg, USA verzocht Willink in 1946 een nieuw schilderij in te zenden voor een expositie. Willink beschouwde Gezicht op Amsterdam als zeer geslaagd en dateerde het derhalve op 1946. Gezicht op Amsterdam is in het najaar van 1946 ook geëxposeerd in de Amsterdamse kunsthandel Huinck & Scherjon. Het stadsbestuur van Nijmegen kocht het doek in 1953 direct uit het atelier van de kunstenaar.

Het is bekend dat Willink de dramatische wolkenlucht boven het Rijksmuseum op het juiste moment heeft gefotografeerd, waardoor een ‘poedelkopje’ vanuit het wolkendek zichtbaar wordt. Op het schilderij is goed zichtbaar hoe nauwgezet hij deze opname heeft gevolgd.