noord-zijde.jpg

random image default10


Shinkichi_Tajiri_Machine_no2Los Angeles1923 - 2009 Baarlo . Machine No. 2 1966 . koper, aluminium, h. 325 x 180 x 77 c m

Als kind van Japanse ouders werd Tajiri in 1923 geboren in Los Angeles. Vanuit zijn interesse voor de beeldhouwkunst vestigde hij zich na de oorlog in de Parijse kunstenaarswijk Montparnasse. In 1956 kwam hij naar Amsterdam, waar hij als beeldhouwer een vooraanstaande positie verwierf in de kring van de Cobra-groep.

Sinds 1962 woonde en werkte hij in het Noord-Limburgse dorp Baarlo. Tajiri’s leven werd in belangrijke mate bepaald door een permanente confrontatie met de waanzin van de Tweede Wereldoorlog, die hij aan den lijve ondervond, toen hij als Japans-Amerikaan in het Amerikaanse leger aan het front in Italië vocht. Als gevolg van de politieke gebeurtenissen tijdens de oorlog werd hij een ‘displaced person’, ontheemd in zijn eigen geboorteland.

Vanaf het midden van de jaren zestig raakte Tajiri gefascineerd door machines en technologie. Tussen 1966 en 1968 vervaardigde hij een reeks van acht grote sculpturen, die associaties oproepen met vliegtuigen, ruimteschepen, machinegeweren en robots.
De fantasiemachine No. 2 heeft door het gebruik van koper en aluminium een machinale uitstraling. De suggestie van functionaliteit is kenmerkend voor de pop art in de jaren zestig. Kunstenaars lieten zich inspireren door de industriële perfectie en door de snelheidsbeleving, die zij ervoeren bij machines, vliegtuigen en raceauto’s. Zij voelden het als een uitdaging om het meeslepende tijdsgevoel uit te drukken in nieuwe eigentijdse symbolen.

Niet langer hielden zij verheven zinnebeelden in stand, maar zij propageerden juist populaire gebruiksvoorwerpen en aansprekende consumptiegoederen als begeerlijke iconen van de moderne tijd. De sculptuur staat op lange poten en torent hoog boven de toeschouwer uit. Het is een combinatie van een ruimtecapsule, een mitrailleur en een tv-camera.
Met zijn buitenaards aanzicht en de gestroomlijnde vormgeving ziet het object er uit als een hybride werktuig, een overrompelende machine met menselijke trekken, die als fetisj wil worden vereerd.

Onder invloed van de technologische vooruitgang raakten techneuten in de jaren zestig gefascineerd door het idee van robotisering: machines gaan steeds meer op robots lijken. De mens wordt robot en de robot wordt mens. Robotmachines nemen de menselijke hegemonie over en gaan het leven bepalen. Dit huiveringwekkende toekomstbeeld staat ook centraal in de ‘robot-wars’ in vele stripboeken uit deze periode. Het is een effectieve, alles vernietigende gevechtsmachine.

De sculptuur is geheel met de hand gemaakt met uitzondering van de bril en het uitlaatsysteem, dat van een auto afkomstig is. De koperplaten van de poten en het onderstel zijn op ambachtelijke wijze aan elkaar gelast, waardoor het materiaal een levendige organische uitdrukking krijgt. Hierdoor doet het beeld in de verte ook wel denken aan een gigantisch insect.

Tajiri heeft zijn ‘Machines’ in eerste instantie bedoeld als protest tegen de enorme sommen geld die regeringen aan de oorlogsmachinerie spenderen. Helaas
zijn zij vanwege hun gestroomlijnde vormgeving soms verkeerd begrepen en werden zij vaker gezien als een verheerlijking van het militarisme. Wie de ontwikkeling van Tajiri’s werk nader bekijkt, ontdekt dat zijn machines ook altijd verwijzen naar het idee van heroïsche krijgers, de Samoerai, de rituele krijgsadel die een symboolfunctie vervult in de Japanse cultuur.