721T2771.jpg

random image default10

nijmeegs_uiltje1580 - 90 . meester met het klaverblad . werkzaam 1575 - 1600. kokosnoot, zilver, deels verguld, h. 21 c m verworven met steun van de Vereniging Rembrandt

Het uiltje staat met vergulde poten op een sokkel, omgeven door drie gegoten dolfijnen. De beker is van binnen gelakt en van buiten versierd met minutieus gegraveerde veren. Aan de voor- en achterzijde is een beugel aangebracht. Hiermee is de hals van de beker vastgezet, waarop drie dichtregels zijn gegraveerd. Aan de rechter uilenpoot is een belletje vastgemaakt - een verwijzing
naar het gebruik van de uil als lokvogel bij de jacht.

Het Nijmeegse uiltje is een pronkbeker die op tafel stond als siervoorwerp. In zijn vorm combineert het twee typen bekers die populair waren vanaf de late middeleeuwen tot in de 17de eeuw: uilenbekers en kokosnootbekers. Exotische naturalia als struisvogeleieren, nautilusschelpen en kokosnoten, waren zulke kostbare voorwerpen dat men ze voorzag van een edelmetalen montuur. Men kende er bijzondere krachten aan toe; van de kokosnoot dacht men bijvoorbeeld dat die open zou splijten wanneer er vergif in werd gedaan.

Dit uiltje is het enige stuk dat we kennen van de Meester met het Klaverblad (een noodnaam, die verwijst naar het klaverbladachtige merkteken waarmee hij zijn werken signeerde). Nijmegen behoorde in de 14de en 15de eeuw tot de vooraanstaande edelsmeedcentra. Het aantal goudsmeden dat in de stad werkzaam was, wijst er zelfs op dat de stad het belangrijkste productiecentrum was tussen de twee allergrootste, Utrecht en Keulen. Helaas is uit deze periode door de Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog maar heel weinig bewaard gebleven. Dit meesterwerk is daarmee een belangrijk voorbeeld geworden van het niveau van de vroege Nijmeegse edelsmeedkunst.

Uilenbekers van kokosnoot in zilveren montuur zijn zeldzaam: wereldwijd werden er slechts dertig overgeleverd. Het Nijmeegse exemplaar is sterk verwant aan twee bekers met een Antwerps stadsteken, waarvan de kokosnoten door dezelfde kunstenaar zijn gesneden. Doordat het zilver in verschillende ateliers is bewerkt, wijken de uilen in details echter af.

De versregels op de Nijmeegse uilenbeker, als ook die op de twee Antwerpse bekers, gaan terug op eenzelfde 13de eeuws Duits gedicht over de liefde van een ongelukkige uil voor een nachtegaal.
Het vertelt hoe de uil overdag zijn liefde niet bekend durft te maken aan de nachtegaal, omdat hij vreest dat deze hem zal afwijzen vanwege zijn lelijke verschijning. Het duister biedt de uil (toch een nachtvogel bij uitstek) in dit geval ook geen hoop, want met zijn schrapende stem zou hij de zoetgevooisde zangvogel alleen maar aan het schrikken brengen. Een tragisch lot, hooguit te verzachten door drank en dichtkunst.
Op de banden rond de opening en het deksel lezen we over het uiltje: 'des nachts flige ick allene doer dat groen wolt', op de bekerhals verder: 'ick arme vulken klene min gedachte sin menich folt' en op de kop 'als andere vvogel sin toe neste soe is min vvligen beste'.

Opmerkelijk (gezien het gedicht over de uil met liefdesverdriet) is dat de Nijmeegse beker bij de uilenpootjes is voorzien van een alliantiewapen, de samengevoegde
familiewapens van een man en vrouw. Dat wijst er op dat het voorwerp mogelijk diende als huwelijksbeker. Het is bekend dat uilenbekers werden gemaakt of geschonken bij speciale gelegenheden, zoals het huwelijk. De bestemming zegt hier dus weinig over het zelfbeeld van de bruidegom.
De symboliek van de uil kon ook tweeledig worden opgevat: enerzijds als symbool voor wijsheid, anderzijds juist voor domheid en vraatzucht (het laatste, de veronderstelde reden dat de uil regelmatig zijn maaginhoud moest uitbraken, vergelijkbaar met de gevolgen van overmatig drankmisbruik). In de context van een drinkbeker, kan de uil de drinker dan ook aansporen of juist ontmoedigen