_X6G4355.jpg

random image default10

VAN_GOYEN_gezicht_op_nijmegen_met_de_valkhofburchtLeiden 1596 - 1656 Den Haag . Gezicht op de Valkhofburcht 1641 . olieverf op doek, 154 x 258 c m

Het indrukwekkende gebouwencomplex van de Valkhofburcht beslaat zowat de gehele rechterkant van het schilderij, terwijl de Waal zich vanuit de verre horizon uitstrekt langs steile heuvels en de stad op de voorgrond.

Enkele bootjes liggen bij de massieve ronde Stratemakerstoren, de daarnaast gelegen Veerpoort en de Kraantoren verderop. De monumentale burcht en algemene indruk van Nijmegen zijn goed getroffen, maar het is ook duidelijk dat Van Goyen het niet zo nauw heeft genomen met de werkelijkheid: verschillende deuren en torens bevinden zich eigenlijk op andere plaatsen, de ingang van de Veerpoort ligt aan de rivierkant (niet dwars op de kade) en de afstand tussen de Veerpoort en Kraanpoort is veel groter dan op het schilderij.

De compositie wordt verlevendigd door kleine figuurtjes die boten uitladen op de kade voor de stadspoort, vissers die hun netten uitwerpen in de Waal en een met passagiers overladen veerboot op de rivier. In lichte tinten geel en bruin steekt de Valkhofburcht prachtig af tegen een grijsblauwe lucht, die weer contrasteert met de bleekgroene heuvels links. In het subtiele gebruik van slechts enkele basiskleuren in verschillende schakeringen, de zogenaamde tonale schilderwijze, was Jan van Goyen onovertroffen.

Ook de compositie zit knap in elkaar. De kunstenaar koos voor een standpunt in het noordwesten, aan de overzijde van de Waal bij Lent. Daarvandaan wordt onze blik de diepte van het landschap ingetrokken langs twee diagonaallijnen, die links in de achtergrond samenkomen. Erboven krijgt een allesoverheersende wolkenlucht vrij spel om de ruimte te vullen en de ingetogen atmosfeer te completeren.

Van Goyen baseerde zijn schilderij vermoedelijk op één of meerdere tekeningen die hij in Nijmegen maakte tijdens een reis begin jaren ’30. Daarvan is helaas niets bewaard gebleven, in tegenstelling tot de schetsboektekeningen die omstreeks 1650-51 ontstonden bij een tweede bezoek aan de stad, op doorreis naar Kleef en Emmerich. Met zwarte krijtjes die losjes moeten hebben gedanst op het papier, legde hij zijn impressies vast.

Gedurende zijn hele schilderscarrière reisde Van Goyen tekenend in schetsboeken door de Republiek. Ook als schilder was hij enorm productief. Uit zijn atelier (aanvankelijk in Leiden en vanaf 1632 in Den Haag), stroomde een bijna eindeloze reeks schilderijen waarvan er tegenwoordig nog zo’n twaalfhonderd bekend zijn.

De Valkhofburcht was duidelijk één van zijn meest succesvolle onderwerpen: tussen 1633 en 1654 schilderde hijzelf ruim dertig variaties op hetzelfde compositieschema, maar ook tijdgenoten als
Salomon van Ruysdael en Aelbert Cuyp lieten zich door zijn werk inspireren. Van alle gezichten op de Valkhofburcht die Van Goyen maakte, is dit het grootste en mogelijk meest invloedrijke.

Aan het belang ervan refereert ook de vroegste vermelding van het schilderij in een publicatie uit 1805 van E.J.B. Schonk, rector van de Nijmeegse Latijnse school:
'Gooijen heeft wel, door zijn’ werven, Op het doek; vergangelijk stof, ’t Uiterlijk gelaat van ’t Hof, Zoo hij kon, behoed voor sterven'.
Het werk hing toen in het stadhuis, waarvoor het vermoedelijk ook was geschilderd in opdracht van de magistraat. Daarop wijst in ieder geval het uitzonderlijk grote formaat en de gedocumenteerde opdracht van het Haagse stadsbestuur voor een schilderij van een vergelijkbare ambitie, dat met 174 x 460 cm het grootste is van de kunstenaar: Gezicht op Den Haag uit ca. 1650-51 (Haags Historisch Museum).

Van de Valkhofburcht, die tijdens de Franse invasie in 1794 zwaar werd beschadigd en kort daarna is gesloopt, bleef maar weinig over. Het is vooral aan Jan van Goyen te danken, dat de indruk werd overgeleverd die het massieve bouwwerk door de eeuwen heen moet hebben gemaakt.