721T2771.jpg

random image default10

Kesteren_helm_smallEen Romeinse helm met drie inscripties, brons, 1e eeuw na Christus, bodemvondst uit de omgeving van Kesteren

In het voorjaar van 2011 kon Museum Het Valkhof een Romeinse helm verwerven die enkele maanden eerder door een particulier was gevonden in de omgeving van Kesteren. Zijn zulke vondsten op zichzelf dus al niet alledaags, dit exemplaar is om een aantal redenen van bijzondere betekenis.

In de eerste eeuw na Christus had het Romeinse leger een omvang van in totaal ca. 300.000 man, een getal dat later nog aanzienlijk zou groeien. Alle soldaten moesten worden voorzien van een wapenrusting: verschillende soorten aanvalswapens en ter verdediging een schild, een lichaamspantser en een helm. Van de miljoenen uitrustingstukken die ooit voor het Romeinse leger moeten zijn gemaakt, is onthutsend weinig overgebleven. Uit het hele Romeinse rijk zijn op dit moment bijvoorbeeld niet veel meer dan 700 helmen bekend, waarvan ongeveer 45 uit Nederland.

Tijdens het verblijf in de bodem is de bovenkant van de helmkap vermoedelijk geraakt door een ploeg en daarbij ernstig beschadigd. Bij het uitgraven zijn aan één kant bovendien krassen ontstaan. Maar ondanks de beschadigingen is de helm in al zijn onderdelen compleet. De halfbolvormige helmkap is met de nekbeschermer uit één plaat brons gedreven. De konische helmboshouder (rechtsboven op de foto) was oorspronkelijk boven op de kap vastgesoldeerd en de voorhoofdsbeugel (linksonder) was met nieten opzij vastgemaakt. De twee wangkleppen (rechtsonder) waren scharnierend aan de rand van de helm bevestigd.
Helmen van dit model waren in gebruik bij de Romeinse infanterie, vanaf het begin van de jaartelling tot in het derde kwart van de eerste eeuw. Het type staat bekend onder de namen Hagenau of Coolus, naar twee plaatsen in Frankrijk. Er zijn ongeveer 65 exemplaren van bekend en de nieuwe helm is de vierde in de collectie van Museum Het Valkhof. Bij de andere drie ontbreken echter de wangkleppen, zoals meestal. Complete exemplaren waren tot dusver alleen gevonden in Schaan (Lichtenstein) en in de rivier de Po bij Cremona.

De meeste Romeinse helmen zijn opgediept uit rivieren of oude rivierbeddingen. De nieuwe helm is op het land gevonden en moet ooit doelbewust in de aarde zijn begraven. Van de vindplaats is op dit moment weinig bekend en toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen of het motief voor de begraving van deze helm nog kan worden achterhaald. In een Romeins legerkamp op het Kops Plateau in Nijmegen zijn op een aantal plaatsen helmen gevonden die er met andere voorwerpen eveneens doelbewust waren begraven. De opgravers gaan hier uit van rituele motieven: soldaten zouden zo een kostbaar deel van hun bezit aan de goden hebben geofferd.

Militairen in het Romeinse leger betaalden zelf voor hun uitrusting en kregen die dus ook in eigendom. Uitrustingstukken werden daarom regelmatig gemerkt met de naam van de eigenaar. Op de nekbeschermer van de nieuwe helm hebben zelfs drie soldaten achtereenvolgens hun naam aangebracht, steeds met door punten gevormde letters. Behalve hun eigen naam hebben ze, zoals gebruikelijk, ook die van de officier (centurio) vermeld in wiens eenheid (centuria) ze dienden. Helaas ontbreekt de naam van het legioen of het cohort waartoe de eenheid heeft behoord. Titus Varronius, soldaat in de centuria van Lucius Mettius, was vermoedelijk de eerste eigenaar, Gaius Iulius de tweede en Titus Iulius de derde. De laatste twee dienden in eenheden onder leiding van andere centurio’s.

Helmen van het type Hagenau/Coolus zijn hoofdzakelijk gevonden in de noordelijke grensprovincies van het Romeinse rijk, van Engeland tot Kroatië en Servië. De opmerkelijke concentratie van vondsten langs de Nederrijn, vooral het gebied tussen Xanten en Nijmegen, weerspiegelt het grote militaire belang van deze regio in de eerste eeuw na Christus, toen hier vier legioenen waren gestationeerd en juist dit type helm tot de standaarduitrusting behoorde.