noord-zijde.jpg

random image default10

Gebroeders Van Limburg

Opening

Op 14 september 1999 werd de nieuwbouw van Museum Het Valkhof aan het Kelfkensbos geopend. Sindsdien heeft het museum gemiddeld tussen de 75.000 en 100.000 bezoekers per jaar weten te trekken.

Hoogtepunten in het tentoonstellingsprogramma waren exposities over Jan Toorop (2003), Shinkichi Tajiri (2004), de Gebroeders van Limburg (2005) en Herculaneum (2006-2007).

Museum Het Valkhof heeft inmiddels een heel eigen plaats verworven onder de Nederlandse musea. De samenvoeging van een grote archeologische verzameling en collecties op het gebied van de oude kunst en moderne kunst geeft het museum een heel eigen signatuur.

Ontstaan

Museum Het Valkhof is in 1998 ontstaan. Twee musea in Nijmegen gingen toen samen en verhuisden naar de nieuwbouw aan het Kelfkensbos. Het nieuwe museum werd op 14 september 1999 door koningin Beatrix geopend. Van de beide voorgangers richtte het Nijmeegs Museum ‘Commanderie van Sint-Jan’ zich op oude en moderne kunst. Het was van 1974 tot 1998 gehuisvest in het gelijknamige gebouw in het centrum van de stad. Het Museum G.M. Kam was volledig gewijd aan de archeologie en werd in 1922 geopend.

Een stedelijke verzameling

De collecties van Museum Het Valkhof zijn het resultaat van een verzameltraditie van bijna vier eeuwen. Vanaf 1670 was er een galerij van oudheden in het Nijmeegse stadhuis, met vooral Romeinse inscripties en beelden. In de negentiende eeuw groeide hieruit een gemeentelijk museum, met nu ook kunst en kunstnijverheid van Nijmegen en het Rijk van Nijmegen. Het museum bleef tot 1912 gehuisvest in het stadhuis en werd toen ondergebracht in de Mariakapel op het Mariënburg. In 1974 volgde de verhuizing naar de Commanderie van Sint Jan.

Particuliere verzamelaars

Al vroeg leidde de belangstelling voor het Romeinse verleden van Nijmegen tot particuliere collecties. In de zeventiende eeuw brachten vader en zoon Smetius een enorme verzameling bijeen van bodemvondsten uit Nijmegen. Deze destijds beroemde collectie werd in 1710 verkocht aan Johann Wilhelm, de keurvorst van de Paltz, en overgebracht naar zijn residentie in Düsseldorf. Alleen enkele stenen monumenten bleven in Nijmegen achter. Ook de verzameling van Johannes in de Betouw ging in 1822 grotendeels voor Nijmegen verloren. Die van Dirk van Schevichaven en diens erfgenaam Paul Guyot bleven wel behouden en kwamen in 1850 in stedelijk bezit.

Een archeologisch museum

Vanaf 1900 bracht Gerard Kam als particulier een enorme collectie bodemvondsten bijeen. Daarvoor liet hij in 1903 het koetshuis bij zijn woning verbouwen tot het voor bezoekers toegankelijke ‘Museum Kam’. Later bracht hij de verzameling onder in een nieuw museum, dat op zijn kosten in Nijmegen werd gebouwd. Museumgebouw én collectie schonk hij vervolgens aan het Rijk. Zeven maanden voor zijn overlijden werd het Rijksmuseum G.M. Kam in 1922 geopend. Het groeide uit tot een van de belangrijkste archeologische musea van Nederland. In 1987 droeg het Rijk het museum over aan de provincie Gelderland.

Het gemeentemuseum in de Mariakapel

In 1938 werd de archeologische collectie van de gemeente Nijmegen als bruikleen overgebracht naar het Museum Kam. In de Mariakapel op het Mariënburg bleef een stedelijk historisch museum achter. Tot het midden van de 20ste eeuw verwierf het vooral kunstwerken en objecten met betrekking tot de locale geschiedenis en topografie. De middelen voor uitbreiding en expositie van de collectie waren in deze periode echter beperkt.

Beeldende kunst

Binnen Nijmegen groeide intussen de belangstelling voor de beeldende kunsten. Met gemeentelijke subsidie organiseerde een stichting van 1951 tot 1971 exposities in het Waaggebouw. Ook bouwde de stichting aan een collectie hedendaagse kunst. In 1974 verhuisde het gemeentemuseum van de Mariakapel naar de zojuist gerestaureerde Commanderie van Sint Jan. De gemeente liet de taken van de stichting nu door het eigen museum uitvoeren. Het Nijmeegs Museum ‘Commanderie van Sint-Jan’ verzamelde voortaan ook hedendaagse kunst, in het verlengde van de door de stichting bijeengebrachte collectie.

Eén museum voor kunst en archeologie

Al in de jaren 1905-1907 en opnieuw in 1962 was in Nijmegen gepleit voor het bouwen van een nieuw museum: voeg alle historische, kunsthistorische en archeologische collecties in Nijmegen samen. In 1988 kwam dit plan voor een derde keer ter discussie.

Het Nijmeegs Museum ‘Commanderie van Sint-Jan’ en het Provinciaal Museum G.M. Kam hadden groot ruimtegebrek. Aan het begin van de jaren 1990 kozen de gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland voor een gezamenlijke oplossing. Beide musea sloten in 1998 hun deuren voor het publiek. In hetzelfde jaar gingen ze op in de ‘Stichting Museum Het Valkhof, kunst en archeologie’.