Leerlingenboekje Romeinen

Hoeveel weet jij al van de Romeinen?

Doe de test en kom erachter welke positie jij zou bekleden in het Romeinse Rijk. Ben je een slaaf of word je een keizer? Succes!

Aanvullende informatie opdracht 1

De Romeinen bouwden hun forten in eerste instantie van hout, als tijdelijke onderkomens. Pas wanneer ze besloten ergens permanent te blijven, werden de houten forten vervangen door steenbouw.

In 69 n.C. kwamen de Bataven onder leiding van Julius Civilis, in opstand tegen de Romeinen. De opstandelingen staken alle legerkampen langs de Rijn in brand.

Informatiescherm sluiten

Opdracht 1

Het ontstaan van de stad Nijmegen

De stad Nijmegen is niet in een dag ontstaan. De bouw van de stad is een langdurige ontwikkeling geweest. Hieronder zie je zes plattegronden van die ontwikkeling, elk op een ander tijdstip in de geschiedenis.

Deze plattegronden staan door elkaar. Zet ze op de juiste plaats in de tijdbalk:

Fort Kops Plateau + stadje Batavodurum

Fort Kops Plateau + stadje Batavodurum

Versterkte nederzetting rond het Valkhof

Versterkte nederzetting rond het Valkhof

Stad Noviomagus + Houten legerplaats

Stad Noviomagus + Houten legerplaats

Platgebrand fort en stadje

Platgebrand fort en stadje

Stad Noviomagus + Stenen legerplaats

Stad Noviomagus + Stenen legerplaats

Houten legioenskamp

Houten legioenskamp

Juist: Houten Legioenskamp

19 v.C.

Juist: Fort Kops Plateau + stadje Batavodurum

10 v.C.

Juist: Platgebrand fort en standje

69 n.C.

Juist: Stad Noviomagus + houten legerplaats

70 n.C.

Juist: Stad Noviomagus + stenen legerplaats

90 n.C.

Juist: Versterkte nederzetting

4e eeuw n.C.

Aanvullende informatie opdracht 2

Recycling

Ligt er in Nijmegen een hele Romeinse stad onder de grond, net als in Pompeï? Helaas niet. Archeologen vinden maar zelden stukken muur of bouwfragmenten terug.

Dit komt doordat de inwoners van Nijmegen in de Middeleeuwen – de tijd na de Romeinse Tijd – de ruïnes uit de Romeinse Tijd afbraken en de stenen gebruikten voor de bouw van hun eigen stad. Kort gezegd: recycling in de Middeleeuwen.

Romeinse stenen in de Muur van de Nicolaaskapel.

Romeinse stenen in de Muur van de Nicolaaskapel.

Vondsten

In Nijmegen vind je dus haast geen resten van stenen gebouwen. Maar wat dan wel?

Wat archeologen bij de opgravingen vooral tegenkomen zijn verkleuringen in het zand, scherven, grafvondsten en schatten. Materialen die niet vergaan.

Informatiescherm sluiten

Opdracht 2

Reconstructietekeningen

Als er ergens een gebouw wordt afgebroken, wordt de grond gelijkgemaakt om er weer iets anders op te kunnen bouwen. Op plaatsen waar de fundering is weggehaald, worden de ontstane gaten volgestort met nieuwe aarde. Maar dit nieuwe zand heeft een andere kleur dan het oude zand eromheen.

Links zie je enkele plattegronden van gebouwen uit de Prehistorie en de Romeinse Tijd, zoals ze zijn teruggevonden bij opgravingen. Rechts staan de reconstructietekeningen van die gebouwen.

Welke reconstructietekening hoort bij welke plattegrond?

A
Plattegrond A
B
Plattegrond B
C
Plattegrond C
D
Plattegrond D
E
Plattegrond E
Gebouw E Juist: Plattegrond E
Gebouw C Juist: Plattegrond C
Gebouw D Juist: Plattegrond D
Gebouw A Juist: Plattegrond A
Gebouw B Juist: Plattegrond B

Klik op een gebouw om het groter te zien.
Klik er nogmaals op om het weer kleiner te zien.

Aanvullende informatie opdracht 3

Elk fort had vier toegangspoorten. De twee hoofdstraten kruisten elkaar in het centrum.

In het centrum lagen de belangrijkste gebouwen: het hoofdkwartier, waar de vaandels en standaarden van het legioen werden bewaard, en de woning van de commandant.

De rest van het kamp werd in beslag genomen door soldatenbarakken, opslagplaatsen en werkplaatsen.

De Hoofdstraten van het kamp.
Informatiescherm sluiten

Opdracht 3

Romeinse forten

Nijmegen ligt op een heuvelrug. Vanaf die heuvel kijk je uit over het vlakke rivierenlandschap, de Betuwe. Dit is natuurlijk een perfecte strategische plaats voor een Romeins legerkamp: vanaf hier zagen de Romeinen hun vijanden heel goed aankomen. In het legerkamp in Nijmegen konden ongeveer 5000 à 6000 soldaten wonen. De Romeinen bouwden hun legerkampen over het hele Romeinse Rijk op dezelfde manier.

Hieronder zie je een plattegrond van een klein legerkamp. Kies de juiste begrippen bij de verschillende kleuren op de plattegrond.

Plattegrond Romeins legerkamp
Wachttoren
Greppel
Muur
Poort
Barakken
Hoofdkwartier
Woning commandant
Werkplaats

Opdracht 4

Ondernemers

Rondom het legerkamp onstond een kampdorp. Hier vestigden zich vaak handelaren die iets aan de Romeinse soldaten hoopten te verdienen. De Romeinse soldaten kregen hun uitrusting van de staat, maar ze moesten zelf hun eigen eten maken.

Welke handelaren zouden in zo’n kampdorp goede zaken kunnen doen? Vink de juiste antwoorden aan.

Romeins kampdorp
  1. Smid Juist: Wel
  2. Wijnhandelaar Juist: Wel
  3. Advocaat Juist: Niet
  4. Slager Juist: Wel
  5. Kledingverkoper Juist: Niet
  6. Herbergier Juist: Wel
  7. Rekenleraar Juist: Niet
  8. Graanhandelaar Juist: Wel
  9. Prostituees Juist: Wel

Aanvullende informatie opdracht 5

Dakpan

In Nijmegen zijn veel dakpannen gevonden waar een stempel op staat. Op de stempel staat de naam van de legereenheid waar ze voor werden gemaakt. Uit geschreven bronnen weten we wanneer welke legereenheid in Nijmegen was, dus weten we ook wanneer de gestempelde dakpannen werden gemaakt.

Munt

Als archeologen munten vinden in bijvoorbeeld een graf, kunnen ze die gebruiken om het graf te dateren. Op de munt staat meestal een afbeelding van een keizer en de naam van die keizer.

Als we weten wanneer die keizer regeerde, weten we ook wanneer de munten werden gemaakt en dus, hoe oud het graf moet zijn.

Informatiescherm sluiten

Opdracht 5

Datering

Een eenvoudige manier om de ouderdom van een opgegraven voorwerp te onderzoeken is het vergelijken van het ene met het andere. Soms zitten er in een grondlaag waaruit je een voorwerp opgraaft, nog andere voorwerpen waarvan je de ouderdom wel weet, zoals bijvoorbeeld een munt. Als je weet hoe oud de munt is, dan zal het voorwerp dat je erbij hebt gevonden ongeveer net zo oud zijn.

Stel je voor: een archeoloog ontdekt in de bodem een grafsteen van een soldaat en enkele voorwerpen.

Probeer aan de hand van de twee voorwerpen te bepalen in welk jaar de soldaat moet zijn gestorven.

De soldaat moet zijn gestorven tussen en na Christus. Juist: Tussen 98 en 103 n.C.

Kalkstenen grafsteen uit de Romeinse tijd

Kalkstenen grafsteen uit de Romeinse tijd

De vertaling van de inscriptie luidt: Quintus Bisius Secundus, zoon van Quintus, afkomstig uit Brixsa (Brescia), soldaat van het Tiende Legioen Gemina, van de centuria (onder bevel) van Cominius Celsus, 30 jaar oud met 7 dienstjaren.

Munt met het hoofd van keizer Traianus

Munt met het hoofd van keizer Traianus

Keizer Traianus regeerde van 98 n.C. tot 117 n.C.

Gedeelte van een dakpan met de stempel LXG

Gedeelte van een dakpan met de stempel LXG

LXG stond voor Legio Decima Gemina, ofwel het Tiende Legioen Gemina. Dit legioen kwam na de Bataafse opstand, rond 70 n.C., naar Nijmegen en bleef daar tot het jaar 103 n.C.

Aanvullende informatie opdracht 6

In 69 n.C. kwamen de Bataven onder de leiding van Julius Civilis, in opstand tegen de Romeinen. In Rome was in datzelfde jaar een machtsstrijd uitgebroken om de troon.

Vier Romeinse generaals probeerden tegelijk keizer te worden en elk van hen marcheerde met zijn legioenen naar Rome om de anderen te verslaan. Zo gebeurde het dat ook de generaal in ons gebied, Vitellius, met zijn leger naar Rome trok om keizer te worden.

Omdat Vitellius zijn soldaten meenam, was het voor de Bataven een prachtige gelegenheid om juist nu in opstand te komen. In het begin hadden de Bataven dan ook veel succes en verwoestten ze diverse legerkampen en Romeinse steden langs de Rijn.

In 70 n.C. was de machtsstrijd in Rome voorbij. Generaal Vespansianus had de andere drie generaals verslagen (dus ook Vitellius) en werd de nieuwe keizer.

Toen de onrust in Rome voorbij was, stuurde de nieuwe keizer acht legioenen naar Nijmegen en werden de Bataven alsnog verslagen.

Informatiescherm sluiten

Opdracht 6

De Bataafse opstand

De onderstaande gebeurtenissen gaan over de opstand van de Bataven tegen de Romeinen. Ze staan niet in chronologische volgorde.

Kies de juiste volgorde.

  1. De Bataven winnen.
  2. De Bataven worden verslagen.
  3. De Romeinen komen in ons land.
  4. De nieuwe keizer stuurt een enorm leger.
  5. De Bataven komen in opstand tegen de Romeinen.
  6. Bataafse ruiters uit het Romeinse leger lopen over.
Romeinse soldaten

De juiste volgorde is: 3, 5, 6, 1, 4, 2

Aanvullende informatie opdracht 7

Vast patroon

De stad is – net als het legerkamp – gebouwd volgens een vast patroon. Uitgangspunt vormden twee snijdende hoofdstraten. Die straten verdeelden de stad in vier kwarten (hiervan komt ons woorden kwartieren=woonwijken).

Waar de hoofdstraten elkaar sneden lag het forum.

Het rechthoekige stedenpatroon is ook na de Romeinse tijd nog vaak toegepast. De stad New York is hier een mooi voorbeeld van. Het stratenpatroon bestaat daar uit haaks op elkaar staande streets (gaan van Oost naar West) en avenues (gaan van Noord naar Zuid).

Informatiescherm sluiten

Opdracht 7

Nijmegen

Nijmegen was de grootste stad van Romeins Nederland. De stad was ongeveer 3 hectare groot; dat is een oppervlakte van ruim 50 voetbalvelden. Er woonden duizenden inwoners. Er is nog maar een klein deel van de stad opgegraven.

Een Romeinse stad was – net als het legerkamp – gebouwd volgens een vast patroon. In Nijmegen weten we door opgravingen alleen waar het badgebouw en een tempelcomplex hebben gestaan.

Bedenk nu wat er op de andere plaatsen kan hebben gestaan.

Noviomagus
  1. Woonhuizen Ja
  2. Soldatenbarakken Nee
  3. Forum Ja
  4. Amfitheater Ja
  5. Theater Ja
  6. Basilica Ja
  7. Hoofdkwartier Nee

XXX %

Bij elke opdracht staat in het klein het juiste antwoord vermeldt Roodgekleurde antwoorden zijn fout. Groengekleurde antwoorden zijn goed.